Een witte raaf landde vandaag in het roekenhuis met heuglijk nieuws: het volgende Gala van het Fantastische Boek, in 2016, zal plaatsvinden in Brussel. Het leukste fantasyfeestje van de Lage Landen komt daarmee voor het eerst naar België! Op het Gala zullen de eerste Harland Awards worden uitgereikt, voor het beste Nederlandstalige en vertaalde fantasyboek en voor het beste fantastische kortverhaal. De burgemeester van Brussel zegt zich nu al voor te bereiden op een oranje intocht.
Wie de raaf heeft gezonden, is niet duidelijk. De mysterieuze boodschapper heeft zijn brief niet ondertekend. Hij laat wel weten dat de verhuizing maar logisch is. Op de laatste editie van de Paul Harland Prijs won Erik Heiser met 'Mevrouw Rosenbaum vecht tegen de duivel' de eerste prijs. Erik Heiser is een Vlaming. Beter nog: Erik Heiser is de eerste Vlaming sinds het ontstaan van de prijs, in 1976, die de Nederlanders een poepje liet ruiken en won. Als dat geen reden is om het feestje in Brussel te houden!
Ik doe een rondedans.
De raaf danst mee.
Hij krijst. Zo hard. Dat het lijkt alsof hij me uitlacht.
Zijn gekrijs wekt me uit mijn droom.
De meeste dromen zijn bedrog, maar misschien was het een visioen? Ooit komt het grootste feestje van het fantastische boekengenre naar België. Het moet en het zal. Niet dat ik niet graag naar Nederland reis. Integendeel. De voorbije edities van de Paul Harland Prijs in 's-Hertogenbosch en Delft waren een heel leuke ervaring. Iedereen ontving me er met open armen. Het voelde als een warm bad. Geen enkele community is zo open, zo hecht en zo vooroordelenvrij, als de fans en auteurs van het fantastische genre.
Maar hoe kan de 'grootste wedstrijd van fantastische kortverhalen van de Lage Landen' zichzelf ernstig nemen als het feestje altijd in Holland doorgaat? Hoe kan het genre in de Lage Landen überhaupt volwassen worden als de zon alleen boven Nederland blijft staan en Vlaanderen in de schaduw ligt? Daarom: waarom niet het feestje beurtelings in Nederland en België organiseren?
De vraag zou legitiem zijn als de Vlamingen iets in de pap te brokken zouden hebben. Als ze iets zouden betekenen. Maar - en dat is de reden waarom ik deze blog schrijf - dat doen ze niet (of amper). Ik heb het niet eens over winnen, maar over deelnemen. Even nagevraagd bij Martijn Lindeboom: de afgelopen vier jaar kwam ongeveer twintig procent van de deelnemers aan de Paul Harland Prijs uit België (vooral Vlaanderen dus). In 2011 ging het om 26 op de 111 deelnemers (23 procent), vorig jaar ging het om 37 op de 202 deelnemers (18 procent). Op het Gala in februari heb ik amper Vlamingen tegen het lijf gelopen. Ze grossierden in afwezigheid.
Oké, de Nederlandse vijver is groter. Maar waarom laten de Vlamingen amper van zich horen? Is het een gebrek aan interesse? Dat geloof ik niet. Net als in Nederland is fantasy in Vlaanderen een populair genre. Is de wedstrijd hier minder bekend? Mogelijk. Of durven Nederlanders gewoon meer? Deelnemen = bereid zijn om op je bek te gaan. Maar ook: bereid zijn om te leren. Hoeveel Vlamingen zouden schrijftalent hebben, maar hun probeersels in de lade laten liggen?
Grote auteurs spreken alleen met hun pen. En met 'Mevrouw Rosenbaum vecht tegen de duivel' bewees de winnende Erik Heiser dat hij een groot auteur kan worden. In die zin vond ik het jammer dat hij zijn moment de gloire op het Gala, in februari, niet aangreep om de Vlamingen op te roepen meer te schrijven en meer van zich te laten horen. Om hen een schop onder de kont te geven.
Zodat dat feestje ooit eens naar Brussel komt.
PS: volgend jaar rijd ik weer met plezier de grens over.
zaterdag 21 maart 2015
vrijdag 20 februari 2015
De Parelvreters: het (ongecensureerde) juryrapport
De organisatie van de Paul Harland Prijs stuurde alle deelnemers vorige week een lijvig juryrapport. Wat dachten de finalejuryleden nu eigenlijk van mijn kortverhaal De Parelvreters? Wel, dit. Opgelet: spoilers :-)
Charles den Tex (juryvoorzitter, thrillerauteur, won drie keer de Gouden Strop, de prijs voor het beste spannende boek):
Over rijkdom en geloof. Wat voor de één een eerste levensbehoefte is, is voor de ander een product van luxe. Wat goed is zolang je het met mate gebruikt, wordt je ondergang als je er te veel van neemt. Mabongo is verlaten nadat de laatste kolonisten door de aanhoudende droogte uit het gebied zijn vertrokken, in het dorp is niets meer, de inwoners proberen zich te redden. Dan begint het te regenen, eerst lijkt het op druppels, maar later lijken het wel projectielen. De volgende dag blijken het parels, eetbare parels. Een parel per dag is voldoende om op te leven. Aan het eind van de dag poep je hem uit, vang je hem op, was je hem en de volgende dag eet je hem opnieuw. Met die parels is het dorp voor altijd gered. Tot de kolonisten terug komen en alle parels willen hebben. Bemba verstopt zijn parel zo goed dat niemand hem vindt, maar hij schiet er niets mee op. De moerasvogels vallen aan en doden hem. Zuma vindt dat Bemba iets moet doen tegen de kolonisten, hij doet niets. Dan komt ze zelf in actie en sneuvelt onmiddellijk.
Fantasy: Een andere wereld en een andere werkelijkheid worden goed neergezet. De taal is aardig.
Symboliek: De parels staan symbool voor de rijkdom voor wie ermee om weet te gaan.
Plus: Begint sterk.
Min: Het verhaal is wat rommelig, de aandacht verschuift van Bemba naar de moerasvogels. Het verhaal is onvoldoende doordacht.
Esther Scherpenisse (winnaar Paul Harland Prijs 2013):
Kort
In koloniaal Afrika ontdekt een oude man na een regenbui dat de gevallen parels hem jong maken. De Hollandse kolonisten richten daarop een slachting aan en uiteindelijk gaat het hele dorp eraan ten onder.
Stijl
Prachtige stijl, goed geschreven. Hier en daar ontsierd door te hedendaags of populair taalgebruik, terwijl ik het idee heb dat het verhaal zich veel eerder afspeelt (echt in de koloniale tijd). Ik denk aan woorden als knock-out, of verslonst. Die vond ik niet echt passen bij de rest van de stijl; dat is misschien een aandachtspuntje.
Personages
De oude man is mooi uitgebeeld, heeft een eigen karakter en een heel eigen willetje. Ik vond het jammer dat het verhaal uiteindelijk werd ‘uitverteld’ vanuit een ander perspectief, namelijk dat van de preister. Het is me niet helemaal duidelijk waarom dat gebeurt, en ik had er echt moeite mee om ‘afscheid’ van hem te nemen. Vooral omdat hij zo’n treurig einde heeft.
Plot
Intrigerend plot met mooi (hoewel deprimerend) einde. Het hele verhaal zit prachtig in elkaar, alles loopt vloeiend in elkaar door en is op geen enkel moment ongeloofwaardig. Er zijn veel mooie elementen in verweven, zoals de kolonisatie en de eigenheid van de bevolking met hun eigen tradities en overtuigingen. En de gruwel van de kolonisten is er ook goed in beschreven, bloedspetters en al. (Ik kwam er overigens niet uit of dit nu een Afrikaanse of Zuid-Amerikaanse kolonie was. Maar dat terzijde.)
Overall
Een mooi geschreven, interessant en origineel verhaal. En bovendien een verhaal dat een beetje appelleert aan die kant van mij die vereist dat een kort verhaal een rampzalig einde heeft.
Guido Eekhaut (thrillerauteur, won in 2009 de Hercule Poirot Prijs):
Op zeker moment was dit verhaal mijn favoriet. Een fabel over de waanzin van het kapitalisme en de hebzucht. Tenminste één auteur die zich ergens toe verbindt, ideologisch en ideematig. Een verhaal zoals een van de Latijns-Amerikaanse magisch realisten had kunnen schrijven. De plot is bedrieglijk simpel: het regent parals, en de bevolking van een (Latijns-Amerikaans) dorp eten uiteindelijk alleen nog maar parels, en hebben geen ander voedsel meer nodig. Kapitalisme, drugs, verslaving, passie.
Het verhaal heeft een ingehouden kracht, die jammer genoeg wat gehinderd wordt door het rammelende taalgebruik, maar dat is makkelijk genoeg te overwinnen. Er zijn aardige beelden aan de horizon te bekennen, de beschrijvingen zijn doeltreffend maar occasioneel passen ze niet bij de omgeving waarin het verhaal zich afspeelt. Mooie beeldspraak en beschrijvingen die de karakters van de personages weergeven. In slechts enkele zinnen kan de auteur een situatie schetsen, en beter nog: een gevoel.
Ik hou in het bijzonder van de sfeer en de achtergronden die geschetst worden, de mate van vanzelfsprekende fantastiek die door de auteur meegebracht worden. Ik sympathiseer niet met de personages, maar precies dat lijkt me een pluspunt. Het verhaal heeft een universele aantrekkingskracht dankzij de onbepaalde maar bepaald wel exotische setting, een mooie afwisseling voor al die Hollandse of Vlaamse landschappen. Het is eens wat anders, en dat zet deze knorrige lezer aan tot enig enthousiasme.
Er is werk aan het verhaal, maar dat kan, gezien de inherente kwaliteiten die ik deze schrijver durf toe te kennen, geen onoverkomelijk probleem zijn.
Om al deze redenen kan dit verhaal hoog scoren, maar het is geen prijswinnaar, jammer eigenlijk. Het begeeft zich echter met aanzienlijke snelheid naar de eindmeet.
Marijn van der Jagt (dramaturg en kunstjournalist):
De exotische namen in deze mooi geschreven parabel roepen een overzichtelijk klein wereldje op in een Afrikaans dorpje aan het eind van het koloniale tijdperk. De held van het verhaal is Bemba, een oude, jichtige man die met zijn koppige onverzettelijkheid zelfs na zijn dood triomfeert over een koloniaal leger dat zijn dorpje Mabongo komt leegroven. De dorpelingen beschikken namelijk over parels die op een dag als regendruppels uit de lucht zijn gevallen. Omdat de dorpelingen ze opeten en weer uitpoepen, dienen de parels als voedsel, zonder dat ze in hoeveelheid verminderen. De parelvreters is een goedgelukte combinatie van een Afrikaans sprookje en een verhandeling over de wreedheden van de koloniale leegroof door een westerse mogendheid. Saillant detail: de bevelhebber van het moord- en plunderleger is een Nederlander. De afgezant van de katholieke kerk, pater José, biedt met zijn godshuis zogenaamd bescherming aan de dorpelingen, maar hij is intussen die het leger binnenhaalt. En zijn gepredikte geloof legt het mooi af tegen de heidense wonderen die zich in Mabongo voltrekken. De parelvreters is beeldend geschreven en de
gebeurtenissen blijven verrassen. De toon is wel wat afstandelijk, waardoor de lezer eerder verstandelijk meeleeft dan emotioneel, en dat voelt als een gemis.
Tom Harmsen (leidt het fantasyfonds van uitgeverij Luitingh-Sijthoff):
Een best boeiend verhaal, over parels die voor onsterfelijkheid zorgen en over hebberige Nederlanders in ‘donker’ Afrika. Het is prettig verteld, maar heeft ook hoog En toen-En toengehalte: letterlijk, want ‘toen’ komt minstens 2x per pagina voor, soms zelfs 6x. Het opdelen van zo’n kort verhaal in hoofdstukken vind ik ook zelden zinvol.
Charles den Tex (juryvoorzitter, thrillerauteur, won drie keer de Gouden Strop, de prijs voor het beste spannende boek):
Over rijkdom en geloof. Wat voor de één een eerste levensbehoefte is, is voor de ander een product van luxe. Wat goed is zolang je het met mate gebruikt, wordt je ondergang als je er te veel van neemt. Mabongo is verlaten nadat de laatste kolonisten door de aanhoudende droogte uit het gebied zijn vertrokken, in het dorp is niets meer, de inwoners proberen zich te redden. Dan begint het te regenen, eerst lijkt het op druppels, maar later lijken het wel projectielen. De volgende dag blijken het parels, eetbare parels. Een parel per dag is voldoende om op te leven. Aan het eind van de dag poep je hem uit, vang je hem op, was je hem en de volgende dag eet je hem opnieuw. Met die parels is het dorp voor altijd gered. Tot de kolonisten terug komen en alle parels willen hebben. Bemba verstopt zijn parel zo goed dat niemand hem vindt, maar hij schiet er niets mee op. De moerasvogels vallen aan en doden hem. Zuma vindt dat Bemba iets moet doen tegen de kolonisten, hij doet niets. Dan komt ze zelf in actie en sneuvelt onmiddellijk.
Fantasy: Een andere wereld en een andere werkelijkheid worden goed neergezet. De taal is aardig.
Symboliek: De parels staan symbool voor de rijkdom voor wie ermee om weet te gaan.
Plus: Begint sterk.
Min: Het verhaal is wat rommelig, de aandacht verschuift van Bemba naar de moerasvogels. Het verhaal is onvoldoende doordacht.
Esther Scherpenisse (winnaar Paul Harland Prijs 2013):
Kort
In koloniaal Afrika ontdekt een oude man na een regenbui dat de gevallen parels hem jong maken. De Hollandse kolonisten richten daarop een slachting aan en uiteindelijk gaat het hele dorp eraan ten onder.
Stijl
Prachtige stijl, goed geschreven. Hier en daar ontsierd door te hedendaags of populair taalgebruik, terwijl ik het idee heb dat het verhaal zich veel eerder afspeelt (echt in de koloniale tijd). Ik denk aan woorden als knock-out, of verslonst. Die vond ik niet echt passen bij de rest van de stijl; dat is misschien een aandachtspuntje.
Personages
De oude man is mooi uitgebeeld, heeft een eigen karakter en een heel eigen willetje. Ik vond het jammer dat het verhaal uiteindelijk werd ‘uitverteld’ vanuit een ander perspectief, namelijk dat van de preister. Het is me niet helemaal duidelijk waarom dat gebeurt, en ik had er echt moeite mee om ‘afscheid’ van hem te nemen. Vooral omdat hij zo’n treurig einde heeft.
Plot
Intrigerend plot met mooi (hoewel deprimerend) einde. Het hele verhaal zit prachtig in elkaar, alles loopt vloeiend in elkaar door en is op geen enkel moment ongeloofwaardig. Er zijn veel mooie elementen in verweven, zoals de kolonisatie en de eigenheid van de bevolking met hun eigen tradities en overtuigingen. En de gruwel van de kolonisten is er ook goed in beschreven, bloedspetters en al. (Ik kwam er overigens niet uit of dit nu een Afrikaanse of Zuid-Amerikaanse kolonie was. Maar dat terzijde.)
Overall
Een mooi geschreven, interessant en origineel verhaal. En bovendien een verhaal dat een beetje appelleert aan die kant van mij die vereist dat een kort verhaal een rampzalig einde heeft.
Guido Eekhaut (thrillerauteur, won in 2009 de Hercule Poirot Prijs):
Op zeker moment was dit verhaal mijn favoriet. Een fabel over de waanzin van het kapitalisme en de hebzucht. Tenminste één auteur die zich ergens toe verbindt, ideologisch en ideematig. Een verhaal zoals een van de Latijns-Amerikaanse magisch realisten had kunnen schrijven. De plot is bedrieglijk simpel: het regent parals, en de bevolking van een (Latijns-Amerikaans) dorp eten uiteindelijk alleen nog maar parels, en hebben geen ander voedsel meer nodig. Kapitalisme, drugs, verslaving, passie.
Het verhaal heeft een ingehouden kracht, die jammer genoeg wat gehinderd wordt door het rammelende taalgebruik, maar dat is makkelijk genoeg te overwinnen. Er zijn aardige beelden aan de horizon te bekennen, de beschrijvingen zijn doeltreffend maar occasioneel passen ze niet bij de omgeving waarin het verhaal zich afspeelt. Mooie beeldspraak en beschrijvingen die de karakters van de personages weergeven. In slechts enkele zinnen kan de auteur een situatie schetsen, en beter nog: een gevoel.
Ik hou in het bijzonder van de sfeer en de achtergronden die geschetst worden, de mate van vanzelfsprekende fantastiek die door de auteur meegebracht worden. Ik sympathiseer niet met de personages, maar precies dat lijkt me een pluspunt. Het verhaal heeft een universele aantrekkingskracht dankzij de onbepaalde maar bepaald wel exotische setting, een mooie afwisseling voor al die Hollandse of Vlaamse landschappen. Het is eens wat anders, en dat zet deze knorrige lezer aan tot enig enthousiasme.
Er is werk aan het verhaal, maar dat kan, gezien de inherente kwaliteiten die ik deze schrijver durf toe te kennen, geen onoverkomelijk probleem zijn.
Om al deze redenen kan dit verhaal hoog scoren, maar het is geen prijswinnaar, jammer eigenlijk. Het begeeft zich echter met aanzienlijke snelheid naar de eindmeet.
Marijn van der Jagt (dramaturg en kunstjournalist):
De exotische namen in deze mooi geschreven parabel roepen een overzichtelijk klein wereldje op in een Afrikaans dorpje aan het eind van het koloniale tijdperk. De held van het verhaal is Bemba, een oude, jichtige man die met zijn koppige onverzettelijkheid zelfs na zijn dood triomfeert over een koloniaal leger dat zijn dorpje Mabongo komt leegroven. De dorpelingen beschikken namelijk over parels die op een dag als regendruppels uit de lucht zijn gevallen. Omdat de dorpelingen ze opeten en weer uitpoepen, dienen de parels als voedsel, zonder dat ze in hoeveelheid verminderen. De parelvreters is een goedgelukte combinatie van een Afrikaans sprookje en een verhandeling over de wreedheden van de koloniale leegroof door een westerse mogendheid. Saillant detail: de bevelhebber van het moord- en plunderleger is een Nederlander. De afgezant van de katholieke kerk, pater José, biedt met zijn godshuis zogenaamd bescherming aan de dorpelingen, maar hij is intussen die het leger binnenhaalt. En zijn gepredikte geloof legt het mooi af tegen de heidense wonderen die zich in Mabongo voltrekken. De parelvreters is beeldend geschreven en de
gebeurtenissen blijven verrassen. De toon is wel wat afstandelijk, waardoor de lezer eerder verstandelijk meeleeft dan emotioneel, en dat voelt als een gemis.
Tom Harmsen (leidt het fantasyfonds van uitgeverij Luitingh-Sijthoff):
Een best boeiend verhaal, over parels die voor onsterfelijkheid zorgen en over hebberige Nederlanders in ‘donker’ Afrika. Het is prettig verteld, maar heeft ook hoog En toen-En toengehalte: letterlijk, want ‘toen’ komt minstens 2x per pagina voor, soms zelfs 6x. Het opdelen van zo’n kort verhaal in hoofdstukken vind ik ook zelden zinvol.
zondag 8 februari 2015
De Parelvreters, 4de plaats Paul Harland Prijs
Mijn kortverhaal 'De Parelvreters' haalde gisteren onverhoopt de
4de plaats in de Paul Harland Prijs 2014, de grootste wedstrijd voor
fantastische kortverhalen in de Lage Landen. Er deden 202 verhalen mee, bijna
evenveel als in de vorige editie. Toen stuurde ik met 'Vuur' mijn allereerste
kortverhaal in, dat eindigde op plaats 19.
De Parelvreters diende ik in onder het
pseudoniem Haruki Tazaki, maar publiceer ik hier onder mijn eerste pseudoniem
T.S. Groenewoud.
Kort samengevat: in het donkere Afrika van
de zeventiende eeuw ontdekt een oude man na een stortbui van parels dat de
gevallen parels eetbaar zijn en hem jong maken. Wanneer de Hollandse kolonisten
dat ontdekken, lopen ze het dorp onder de voet.
Jurylid Guido Eekhaut heeft perfect
begrepen wat ik met dit verhaal wilde overbrengen: 'Een fabel over de waanzin
van het kapitalisme en de hebzucht. (...) Een verhaal zoals een van de
Latijns-Amerikaanse magisch realisten had kunnen schrijven. Kapitalisme, drugs,
verslaving, passie.'
Eigenlijk is er maar één hoofdpersonage in
dit verhaal: het dorp Mabongo, het lot van de personages is immers
onlosmakelijk verbonden met dat van het dorp. En ja, Mabongo is een bewuste
verwijzing naar het dorp Macondo in Honderd Jaar Eenzaamheid van Gabriel Garcia
Marquez. Zijn magisch-realistische werelden waren een grote inspiratiebron voor
de setting en sfeer van mijn kortverhaal.
Wie wil, kan hier het verhaal
downloaden.
Alle commentaar is welkom!
Meer jurycommentaar volgt later, net als
een verslag van het Gala van het Fantastische Boek, gisteren in
's-Hertogenbosch. Wat een leuke avond, wat een gezellige community. Er zijn
heel wat spannende initiatieven aangekondigd. Er komen nog mooie jaren voor het
genre aan.
De volledige uitslag van de PHP staat intussen online: hier. Proficiat aan alle winnaars!
De volledige uitslag van de PHP staat intussen online: hier. Proficiat aan alle winnaars!
Ps: ook mijn oudere kortverhalen zijn nog
te downloaden (scrollen naar oudere berichten)!
woensdag 21 januari 2015
George Martin in the house!
Een laat nieuwjaarscadeau, eindelijk op de schouw. Met dank aan het Hebban-team en uitgeverij Luitingh-Sijthoff. Ik weet wat te lezen!
zaterdag 3 januari 2015
Tussendoortje: een titelloos fragment (bis)
Nog een fragment uit een niet nader genoemd, onafgewerkt en titelloos project (zie ook blog van 31 augustus). 2015 wordt een boeiend jaar.
Hoe wijder het monster zijn muil opensperde, hoe groter
het zwarte gat werd waarin Dorian zichzelf zag vallen. Het was aardedonker.
Zelfs het maanlicht drong hier niet meer door.
Het leek of zijn val eindeloos duurde.
Krampachtig probeerde hij met zijn handen houvast te
vinden, maar hij voelde niets. Er was alleen lucht. En een geur van rottend vlees
en mest. Hoe dieper hij viel, hoe indringender de geur werd, tot ze zijn adem afsneed
en hem zelfs de neiging ontnam om te braken.
Dorian wist niet hoe diep hij viel, maar toen hij de
bodem raakte, was de klap zo hevig dat hij vreesde al zijn ledematen gebroken
te hebben.
Hij had geen tijd om het van de pijn uit te schreeuwen.
Vrijwel meteen namen twee armen hem onder de oksels op en zweefden met hem door
de ruimte. Het was nog steeds donker, waardoor hij de gezichten van zijn
redders niet kon zien.
Aan het einde van de gang ontwaarde hij licht.
Eerst was het niet meer dan een vonkje vuur dat weer
even snel dreigde te doven als het was ontstaan, maar hoe dichter hij naderde
hoe feller het vuur aanwakkerde en hoe intenser het licht op zijn netvlies
brandde.
Tot het pijn deed.
Het vuur veranderde in alle kleuren van de regenboog.
Toen Dorian het einde van de gang had bereikt,
explodeerde het in een bundel van wit licht dat de hele ruimte en hem erbij
leek op te slokken.
Het moment daarop zweefde hij in een lange zaal die die
hij herkende als de troonzaal van het paleis. Tegen de zwarte muur voor hem
stond de met goud belegde troon. Hij was leeg.
Op de troon lag een met gouden lelies bezette kroon.
Zijn ogen zochten naar zijn vader, haraç Borias, maar
die was in de verste verte niet te bespeuren. De rest van Rondan was er wel.
Links van de troon zaten de oudste en meest
eerbiedwaardige senatoren, terwijl rechts de hoogste magistraten van Rondan
stonden.
Ze werden voorafgegaan door dienaars die een bundel houten
roeden droegen die een bijl insloten en bijeengehouden werden door roodleren
riemen. Het was het symbool van de macht van de magistraten om te wikken en
beschikken.
Tussen Dorian en de troon lag een afstand van wel
honderd meter of langer. Twee rijen van geknielde elverlingen hadden een
gangpad gevormd.
Hun handen waren voor hun lichaam samengebonden en over
hun gezicht liep een diep litteken dat nog vers was van het bloeden.
Hun blonde haren hingen sluik langs hun hoofd en hadden
alle glans verloren.
Hun vleugels waren geschaafd.
Dorian kon zijn blik niet van de elveringen houden. Zo’n
gelegenheid om hen van naderbij te observeren, had hij nog nooit gehad.
Achter elke elverling stond een gardist van de Eerste Garde.
Ze waren getooid in een kuras met stalen lamellen, de
voorgeschreven uitrusting bij officiële gelegenheden. Het staal glom alsof het
nieuw was. Op hun hoofd stond een helm, met neusbeen, dat langs de randen was
belegd met goud en aan de kruin was versierd met blauwgele linten. Over hun
schouders droegen ze een azuurblauwe mantel met het embleem van het
koningshuis. Aan hun rechterheup hing hun zwaard. Aan hun gordel tot slot
droegen ze een ivoren boemerang. Dorian herkende het ceremoniële wapen van de
gardisten dat aan elke nieuwe haraç werd gegeven, als teken van hun trouw.
Dorian slikte. Hoewel hij dit nooit eerder had mogen
aanschouwen, wist hij opeens maar al te goed in welke vertoning hij meespeelde.
Dit was een kroning. Mijn
kroning!
Dat kon niet. Zijn vader was de haraç. Zijn oudere broer
was de haç.
Hij wilde zich omdraaien en vluchten, maar de handen van
zijn redders hielden hem stevig vast. Hij kon geen weg meer terug.
Toen zijn redders hem toefluisterden, klonk hun stem
zoeter als honing waardoor hij alle weerspannigheid liet varen en zich door het
gangpad liet meetronen.
O, wat had hij graag hun gezicht gezien. Maar telkens
als hij zijn redders probeerde aan te kijken, wendden ze hun hoofd af.
Het was alsof alles wat daarna gebeurde, hem niet meer
kon raken.
De mannen van de Eerste Garde hielden het hoofd van de elverlingen
achterover, zodat hun hals bloot kwam te liggen en ze niet anders konden dan de
nieuwe haraç aan te kijken.
In hun blik las Dorian angst, een panische angst die
alle trots had verdreven. Hij kon de angst bijna ruiken, de meest primitieve
geur die zich langzaam door zijn neusgaten boorde en in zijn hoofd nestelde.
Het was de geur van genot.
Terwijl hij langs zijn troepen zweefde, scandeerden de
gardisten zijn naam.
‘DORIAN! DORIAN! DORIAN! Leve haraç Dorian!’
Het geschreeuw werd begeleid door het monotone ritme van
de paukenslagers die de troonzaal op hun grondvesten deden daveren.
Trom. Trom. Trom.
De vloer danste, alsof de hel onder zijn voeten was
losgebarsten. De muren speelden een spel van aantrekken en afstoten en plooiden
als rietstengels in de wind. Het deerde Dorian allemaal niet. Ook toen de gardisten
het zwaard uit hun schede haalden en de elverlingen een voor een de keel
oversneden, voelde Dorian niets. Terwijl de levenloze lichamen van de elverlingen
als dominostenen aan zijn voeten vielen, stuwde het geschreeuw van zijn
manschappen hem vooruit, recht naar de troon. Hij had voor niets anders
aandacht.
Hij nam de leliekroon en zette hem op. Het ding zat hem
als gegoten.
Toen zijn redders hem op de troon hadden neergezet, kon
hij eindelijk hun gezichten zien. Sara? Amber? Ze lachten hun tanden bloot en
streelden hem alsof ze hem beiden probeerden te verleiden. Hun lippen bewogen
en brachten enkele hypnotiserende klanken voort, maar hij kon ze niet verstaan.
Met elke aanraking van hen keerde de pijn terug. Het was alsof hij zelf de
touwen rond zijn polsen voelde. Zijn gezicht brandde en het leek of zijn keel
ettelijke keren werd doorgesneden. Hij legde zijn handen op zijn oren om zijn
eigen geschreeuw niet te horen. En toen op zijn ogen, om wat hij zag niet voor
waar te hoeven aannemen.
Zijn handen voelden warm aan en kleefden.
Toen hij ze voor zijn gezicht in de lucht hield, zag hij
het bloed dat langs zijn doorgesneden polsen over zijn armen stroomde.
Hij schreeuwde opnieuw en voelde zichzelf weer vallen.
In een groot zwart gat.
zaterdag 29 november 2014
Gala van het Fantastische Boek
Op 7 februari is het zover: dan wordt de winnaar van de Paul Harland Prijs, de grootste wedstrijd voor fantastische kortverhalen in de Lage Landen, bekend gemaakt op de jaarlijkse Paul Harland Dag (PHD). En deze keer ziet de organisatie, met Martijn Lindeboom op kop, het groot, want de PHD wordt omgetoverd tot het Gala van het Fantastische Boek. Decor is het Golden Tulip Hotel Central in 's-Hertogenbosch.
Het gala is een initiatief van de Stichting ter bevordering van het Fantastische Genre. Die stichting, tevens getrokken door Martijn Lindeboom, werd pas dit jaar boven het doopvont gehouden en heeft tot doel om de (Nederlandstalige) fantasy- en scifi-boeken te promoten. De portaalsite hebban.nl/fantasy is daarvan al een concreet resultaat.
Hebban is een schitterende site die met een rotvaart uit de startblokken is geschoten en waarop je alles - maar dan ook werkelijk alles - over de fantastische literatuur terugvindt, met extra aandacht voor bekende én onbekende Nederlandstalige auteurs. Zelfs auteurs die bij een kleine uitgeverij een eerste kortverhalenbundel uitbrengen, worden op de site gerecenseerd, door redacteuren achter Hebban, maar ook door lezers.
Het mankeerde beginnende fantasy-auteurs vaak aan kunde, creativiteit en lef om contacten met uitgeverijen en een lezerspubliek te leggen. Omgekeerd toonden lezers in de Lage Landen vaak weinig interesse voor auteurs van eigen bodem en waren uitgeverijen niet happig om veel in hen te investeren. Het water was diep. Slechts weinig auteurs vonden een doorwaadbare plaats.
Maar dankzij initiatieven zoals de Stichting en binnenkort het Gala van het Fantastische Boek maakt de wereld van de fantastische literatuur een enorme revolutie door. Op het gala zullen auteurs, lezers, fans, uitgevers, boekhandelaren en vakpers elkaar kunnen ontmoeten. Naar het schijnt zal er een en ander worden aangekondigd. Veel wil Martijn Lindeboom er nog niet over kwijt. Maar één ding is nu al duidelijk: nog nooit was de community, het engagement en het potentieel zo groot om de fantastische literatuur definitief uit de schaduw van de de bejubelde - maar weinig gelezen - literaire romans te halen. En stilaan krijgt ook de fantastische literatuur de erkenning waarop ook trillerauteurs zo lang hebben gewacht.
Zoals gezegd, is het potentieel van zo'n Gala van het Fantastische Boek groot. Als de culturele en mediawereld zo hoog oplopen met de Gouden Uil en de AKO Literatuurprijs voor het beste Nederlandstalige literaire boek, waarom zou er op termijn dan niet ook zo'n prijs voor het beste fantastische boek in het leven kunnen worden geroepen? Laat boekhandelketens en grote uitgeverijen deze prijs sponsoren. Laat gerespecteerde juryleden en een publieksjury de winnaar kiezen. De auteurs, uitgeverijen én het genre zullen er alleen wel bij varen. Dromen staat vrij, toch?
Het gala is een initiatief van de Stichting ter bevordering van het Fantastische Genre. Die stichting, tevens getrokken door Martijn Lindeboom, werd pas dit jaar boven het doopvont gehouden en heeft tot doel om de (Nederlandstalige) fantasy- en scifi-boeken te promoten. De portaalsite hebban.nl/fantasy is daarvan al een concreet resultaat.
Hebban is een schitterende site die met een rotvaart uit de startblokken is geschoten en waarop je alles - maar dan ook werkelijk alles - over de fantastische literatuur terugvindt, met extra aandacht voor bekende én onbekende Nederlandstalige auteurs. Zelfs auteurs die bij een kleine uitgeverij een eerste kortverhalenbundel uitbrengen, worden op de site gerecenseerd, door redacteuren achter Hebban, maar ook door lezers.
Het mankeerde beginnende fantasy-auteurs vaak aan kunde, creativiteit en lef om contacten met uitgeverijen en een lezerspubliek te leggen. Omgekeerd toonden lezers in de Lage Landen vaak weinig interesse voor auteurs van eigen bodem en waren uitgeverijen niet happig om veel in hen te investeren. Het water was diep. Slechts weinig auteurs vonden een doorwaadbare plaats.
Maar dankzij initiatieven zoals de Stichting en binnenkort het Gala van het Fantastische Boek maakt de wereld van de fantastische literatuur een enorme revolutie door. Op het gala zullen auteurs, lezers, fans, uitgevers, boekhandelaren en vakpers elkaar kunnen ontmoeten. Naar het schijnt zal er een en ander worden aangekondigd. Veel wil Martijn Lindeboom er nog niet over kwijt. Maar één ding is nu al duidelijk: nog nooit was de community, het engagement en het potentieel zo groot om de fantastische literatuur definitief uit de schaduw van de de bejubelde - maar weinig gelezen - literaire romans te halen. En stilaan krijgt ook de fantastische literatuur de erkenning waarop ook trillerauteurs zo lang hebben gewacht.
Zoals gezegd, is het potentieel van zo'n Gala van het Fantastische Boek groot. Als de culturele en mediawereld zo hoog oplopen met de Gouden Uil en de AKO Literatuurprijs voor het beste Nederlandstalige literaire boek, waarom zou er op termijn dan niet ook zo'n prijs voor het beste fantastische boek in het leven kunnen worden geroepen? Laat boekhandelketens en grote uitgeverijen deze prijs sponsoren. Laat gerespecteerde juryleden en een publieksjury de winnaar kiezen. De auteurs, uitgeverijen én het genre zullen er alleen wel bij varen. Dromen staat vrij, toch?
zondag 19 oktober 2014
Het spectaculaire heengaan van Rozie Müller
Deze blog had al drie weken online moeten staan, maar computerproblemen gooiden roet in het eten. Daarom kom ik met enige vertraging terug op de Fantasy Strijd Brugge, de tweejaarlijkse wedstrijd voor fantastische kortverhalen, georganiseerd door de dienst Cultuur van de stad Brugge. Eind september werden de laureaten bekend gemaakt.
In tegenstelling tot
andere gereputeerde wedstrijden zoals de Paul Harland Prijs of Fantastels waar
verhalen maximaal 10.000 woorden mogen tellen, mochten de deelnemende verhalen deze keer niet meer dan 1.500 woorden tellen. Dat zijn pakweg twee velletjes A4. Een volledig, afgerond verhaal in 1.500 woorden? Onmogelijk, zou je denken (en dat denk ik nog vaak). Maar Goethe wist het al: in de beperking toont zich de meester.
Maar liefst 259
verhalen dongen mee naar de hoofdprijs. Mijn
verhaal 'Het spectaculaire heengaan van Rozie Müller' (vette titel, toch?) eindigde op plaats 92. De
jury gaf mijn verhaal 7,25 punten op 10. Absoluut niet slecht, maar ook niet
goed genoeg om boven het maaiveld uit te komen. De 44 beste verhalen scoorden
meer dan 8 op 10. De winnaar, 'Het dorp op de rand van de afgrond' van de Nederlandse Isolde
Sanders, behaalde 9,04. De kwaliteit van de verhalen lag hiermee best hoog.
En wat vond
de jury van mijn verhaal? 'Grappig verhaal, mooie woordenschat', aldus de ene. 'Grappig,
niet onaardig, goed geschreven', aldus een ander. En nog: 'Ironische kijk op I go with a bang.' Complimenten kreeg ik
voor mijn goede openingszin (al heel wat als je verhaal maar 2 pagina's telt), maar ook de raad om te veel uitleg te vermijden en de zinsbouw
eenvoudig te houden. Een jurylid verwachtte met deze titel toch iets meer
spektakel. 'Dit wordt meer een soort Southpark, maar dan alleen de
onderbroekenlol.' En tot slot: 'Eerder overdreven verhaal dan fantasy.'
Die laatste
opmerking houdt zeker steek. Terwijl ik in Vuur
(Paul Harland Prijs) en De Bezoeker magisch
realisme en old school fantasy combineerde met een vleugje horror, wilde ik met
dit 'superkortverhaal' een heel andere toer opgaan: het absurdisme of surrealisme. Tenslotte leef ik in het land van Magritte. De juryleden zagen de fun ervan in, maar misten blijkbaar toch iets om
het verhaal meer punten te geven.
Oordeel
zelf en download 'Het spectaculaire heengaan van Rozie Müller' hier. Het lezen kost maar vijf minuten van uw tijd.
En o ja, ook 'Vuur' (19de plaats) en 'De Bezoeker' (6de plaats) kan je nog steeds downloaden!
De beste 25 verhalen van de Fantasy Strijd Brugge werden gebundeld in het boekje Fantastisch Strijdtoneel IV, samengesteld door jurylid en bezieler Alex de Jong en uitgegeven door Books of Fantasy. Check zeker de website eens.
Abonneren op:
Posts (Atom)
