donderdag 29 mei 2014

HEX van Thomas Olde Heuvelt, een ontzettende clusterfuck

HEX, Thomas Olde Heuvelt.
Eerste zin: Stefan de Graaf kwam juist op tijd om de hoek van het parkeerterrein achter de Nico de Witt-supermarkt gerend om te zien hoe Katharina werd overreden door een antiek draaiorgel.

Samengevat: Een ontzettende clusterfuck.

Elke auteur laat zich, al dan niet bewust, door andere auteurs inspireren. Dat geldt ook voor Thomas Olde Heuvelt, volgens BBC Radio 'een van Europa's belangrijkste talenten op het terrein van de fantastische literatuur'. Zijn laatste boek heet HEX en toen ik het las, moest ik onwillekeurig denken aan Stephen King. Enkele jaren geleden schreef de Amerikaanse bestsellerauteur een boek over een dorp dat gevangen zit onder een enorme, onzichtbare koepel (Under The Dome). Wat zijn personages ook proberen, ze slagen er niet in te ontsnappen. En dat is net wat de personages van Olde Heuvelt overkomt: ze zijn gedoemd om in het ogenschijnlijk vredige (en bestaande) dorpje Beek te blijven en te sterven.

Oorzaak is geen koepel die hen gevangen houdt, maar Katharina de Wylerheks die ergens in de 17de eeuw door de Bekenaren werd opgehangen en 350 jaar later, geketend en met haar ogen en mond dichtgenaaid, nog altijd in het dorp rondwaart en onverhoeds in de winkels en woonkamers opduikt, als een deel van het meubilair. De Bekenaren hebben zo goed en zo kwaad als het kan met haar aanwezigheid leren leven. Ze hebben geleerd dat ze haar ogen en mond niet mogen openen, omdat de dorpelingen dan allemaal zouden sterven. Ze hebben geleerd dat ze Beek nooit voor lang kunnen verlaten, omdat haar vloek hen dan tot zelfmoord drijft. En… ze hebben geleerd om nooit met buitenstaanders over de heks te praten.

De heks is het geheim van Beek.

Met dit opzet van het verhaal nam Olde Heuvelt mijns inziens een groot risico. Hoe zou een Nederlands dorp anno 2014, in een tijd waarin sociale media burgers over de hele wereld met elkaar verbinden, in godsnaam nog zo'n groot geheim kunnen bewaren? Wel, door creatief te zijn. Zo hangt Beek vol met camera's die vanuit een klein controlecentrum - HEX genaamd - worden bestuurd, zodat de Bekenaren te allen tijde kunnen zien waar de heks opduikt en zodat ze snel een laken over de heks kunnen gooien of een paravent voor haar kunnen zetten om haar uit het zicht van toevallige bezoekers te houden. Wanneer de heks op zondagen in het bos opduikt, laat Beek geluidschoten door boxen knallen om de indruk te wekken dat er wordt gejaagd. Zo worden toevallige wandelaars van buiten Beek op een afstand gehouden. De inwoners van het dorp moeten ook gebruik maken van een soort intranet, zodat ze niet zomaar filmpjes van de heks op het internet kunnen gooien.

Dat is allemaal goed gevonden. Maar techniek is niet onfeilbaar. Net als de mens. Elk systeem heeft zijn zwakke plek. Als de heks echt al 350 jaar in Beek rondwaart, dan kan het niet anders dat zij al eens voor de neus van een buitenstaander moet zijn opgedoken. Dit besef lijkt de premisse van het verhaal helemaal ongeloofwaardig te maken, maar Olde Heuvelt slaagt erin zijn grootste valkuil te ontwijken door van het grootste geheim van Beek meteen ook het grootste uithangbord van Beek te maken. Zo cultiveren de Bekenaren zelf de legende van de Wylerheks met de jaarlijkse Wickerverbranding, een festival ter ere van Katharina waarbij veel Bekenaren verkleed gaan als heks en waarop ook mensen van buiten het dorp welkom zijn. Als de heks op die dag zich in het feestgedruis mengt, dan spannen de Bekenaren gewoon een banner om haar heen met het opschrift GA MET DE ECHTE HEKS OP DE FOTO! Alle kinderen willen met die grappige vrouw op de foto.
Niemand die denkt dat ze echt is.
De Viering van de Heks is Beeks perfecte dekmantel. 

Eenmaal Olde Heuvelt dit geloofwaardige kader heeft geschetst, is het geen moeite om je door het verhaal te laten meeslepen. De toon van de eerste vijftig bladzijden is luchtig - Katharina de heks lijkt niet meer dan een grappig curiosum - maar wanneer enkele jongeren haar uitdagen door haar te laten bloeden en door haar te stenigen en wanneer er plots vreemde zaken in Beek gebeuren, wordt de sfeer grimmiger.

Olde Heuvelt slaagt er perfect in de lezer deel te laten uitmaken van de beklemmende angst van de personages die door de bossen van Beek dwalen, op zoek naar de heks - of net op de vlucht voor de heks. De laatste tientallen pagina's zijn gewoon aardedonker. Zijn taalgebruik is vloeiend, waardoor je het boek in een rotvaart leest.

Zonder al te veel spoilers weg te geven: net als je denkt te weten wie het hoofdpersonage is - en net als je je daarmee hebt vereenzelvigd - knipt de auteur de band met dat personage door en verlegt hij de focus definitief naar het personage rond wie het verhaal eigenlijk van bij het begin heeft gedraaid en die zijn laatste helletocht aanvat.

In de laatste vijftig bladzijden is Beek de hel op aarde geworden. De scènes lezen als Dante's Inferno (de auteur verwijst er ook uitdrukkelijk naar), even onheilspellend als absurd. Ze zijn magistraal neergeschreven, maar hoe meer Beek de voeling met de realiteit verliest, hoe meer ik ook de draad verlies. Na het lezen van de laatste zin, weet ik niet wat ik van het einde moet denken. Nog altijd niet trouwens. Misschien is dat de bedoeling van de auteur? In zijn nawoord geeft Olde Heuvelt het zelf toe: 'Sorry daarvoor… ik liet me een beetje gaan.' Die indruk heb ik ook, ja.

Wie de 'ontzettende clusterfuck' (zijn eigen woorden) zonder kleerscheuren overleeft, mag terugblikken op een spannend, bovennatuurlijk verhaal met internationale allures. HEX is een intelligent fantasyboek, waarbij de auteur de lezer twee spiegels voorhoudt. Namelijk dat het kwaad niet zozeer in de Wylerheks schuilt, maar in de Bekenaren zelf. En dat elke ouder allicht een favoriet kind heeft, wat hij ook moge beweren, en daar alles voor over heeft. Ook als dat betekent dat hij foute keuzes maakt. 

vrijdag 18 april 2014

Gabriel García Márquez: icoon van het magisch realisme

Colombia kent drie dagen van nationale rouw.
Marquez, icoon van het land, exponent van een literaire stroming, is dood.
Het land wacht 'duizend jaar eenzaamheid en verdriet', aldus de president.
De radio huilt. Twitter ontploft.

Eind juni, vorig jaar. Na een intense reis door het Zuid-Amerikaanse land Colombia is Cartagena, een van de mooiste koloniale steden ter wereld, mijn laatste stop. Hier leefde en werkte schrijver Gabriel Garcia Marquez lange tijd. Tot dan had ik niets met de auteur en zijn werk. Het was iemand van onze reisgroep die er op wees en die per se het huis wilde zien waar de schrijver had gewoond. De villa lag aan de baai, maar goed verstopt achter een hoge omwalling. Veel was er niet aan te zien.

Terug thuis wilde ik toch weten wie de auteur was en greep ik naar zijn meesterwerk 'Honderd jaar eenzaamheid'. Een turf van meer dan 400 pagina's, met een zodanig kleine interlinie dat de letters elkaar van de pagina leken te duwen. Een moeilijk te verteren boek ook. Maar wat een wereld. Wat een universum. Niet alleen vormde elke zin, soms een pagina lang, een wereld op zich. Met het verhaal slaagde Marquez erin een bijzondere wereld te creëren, door te vertrekken vanuit de realiteit maar er heel wat fantastische elementen aan toe te voegen.

Het verhaal gaat over de familie Buendia in de mythische plaats Macondo en vertelt honderd jaar familiegeschiedenis die getekend is door kinderen die geboren worden met een varkensstaart, personages die verschrikkelijk oud worden of overleven door aarde te eten en na hun dood als spoken in de stad blijven rondwaren, om tot slot de stad en de familie mee te voeren naar een apocalyptisch einde.
Zoiets had ik nog nooit gelezen. Het boek was magisch realisme pur sang.
Surrealisme, zo je wil. Absurdisme ook.

Zelf heeft Marquez zich nooit omschreven als een 'fantasyschrijver', integendeel. Hij was journalist en zei altijd vanuit de realiteit te vertrekken. Alleen rekte hij de grenzen van zijn wereld zodanig ver uit en nam hij de lezer zo ver mee in zijn trip, dat de fantastische elementen in zijn verhaal op de duur als vanzelfsprekend leken en niet in vraag hoefden te worden gesteld. Waar eindigde zijn realiteit? En waar begon zijn fantasy?
Het deed er niet toe.

Uiteindelijk is dat waar veel fantasyschrijvers van dromen, een fantastische wereld neerzetten die zo is geboetseerd dat ze ultiem als geloofwaardig overkomt. Magisch realisme is een wezenlijk onderdeel van het fantastisch genre - of Marquez het nu graag heeft of niet - en lijkt - meer nog dan Lord of the Rings of Game of Thrones - een grote invloed te hebben op beginnende auteurs. Alleen deed Marquez het met zo veel flair en zo veel mooischrijverij (want, hey, dat is Literatuur), ook in zijn ander werk, dat hij er later verdiend een Nobelprijs voor kreeg en tot op vandaag de rest van het fantasygilde ver achter zich laat.

Wie hem toch durft uit te dagen, wacht honderd jaar eenzaamheid.

zondag 13 april 2014

Download 'De Bezoeker' hier

Die nacht zwom Zohra, zoals elke nacht dat ze droomde, weer in de poel waarin ze als kind zo vaak had gezwommen en die sinds het verdwijnen van de wolken en het opdrogen van de regen droog was komen te staan. Soms dreef ze de hele nacht ruggelings op het water, haar blik naar de rode zonnen gericht. Een andere keer lag ze uren met het gezicht in het water, zonder dat ze een keer naar adem hoefde te happen. Maar nooit verliet ze de poel, alsof ze er fysiek niet toe in staat was en alsof het riet dat de poel omsingelde haar telkens weer in het water dwong als zij het opzij probeerde te duwen.
Het deerde haar niet. Het water was haar koninkrijk. Hier was ze geen prinses, maar koningin! Ze hoefde niet te weten wat achter het riet lag. Waarschijnlijk steen, zand en duinen. En nog meer duinen. Zo ver het oog reikte. Niets wat ze nog niet in haar leven had gezien. Alles wat haar lief was, lag hier, besloten in het riet. Ze had geen reden om er weg te gaan. Die had ze nog nooit gehad.
Maar toen de vreemde bezoeker die nacht plots, zoals hij had aangekondigd, aan de rand van de oever verscheen en haar wenkte, voelde ze een onweerstaanbare dwang om hem te volgen.
Ook al was ze poedelnaakt.

Meer lezen? Dan kan je mijn verhaal 'De Bezoeker', zoals de jury van Fantastels het te lezen kreeg, hier downloaden. Alle feedback is welkom!

Ook mijn eerste kortverhaal, 'Vuur', is nog altijd te downloaden via deze link.

woensdag 9 april 2014

De Bezoeker: het juryrapport

De juryleden van Fantastels schreven een uitgebreid commentaar op elk verhaal dat aan Fantastels deelnam. De detailkritiek (over stijl, grammatica en personages) op mijn verhaal laat ik hier achterwege. Een bloemlezing, met hier en daar wat spoilers (!), en met tussen haakjes de hoogste plaats die elk jurylid mij bij de beoordeling van de beste twaalf verhalen in de laatste ronde uiteindelijk toedichtte:

Gerard van den Akker (4de plaats):
Een intelligent plot, een interessante setting, een geweldig begin en einde: dat zijn de belangrijkste pijlers van je verhaal. Met die ingrediënten weet je een erg goed verhaal neer te zetten dat mij van het begin tot het eind geïntrigeerd heeft. Wat mij vooral aansprak was de manier waarop je het verhaal begon: de inleiding is erg goed geschreven en trekt mij direct het verhaal in. Als lezer word ik gelijk in het mysterie ondergedompeld: hoe kan het dat die vreemdeling telkens weer blijkt te leven, zelfs als hij door een wild dier in stukken is gescheurd? Wat is er aan de hand?
Hoe goed ik je verhaal ook vind, ik heb toch een puntje van kritiek Je hebt namelijk de neiging om kleine zaken uit te leggen. Dat is helemaal niet nodig. Dit is kortom een zeer goed geschreven verhaal dat niet alleen terecht in de laatste ronde is gekomen, maar dat naar mijn mening ook tot een van de toppers behoort. Leg volgende keer niet de kleine zaken uit, en doe wat aan je interpunctie bij je dialogen, maar dat zijn kleinigheden. Je hebt een verhaal geschreven waar je trots op mag zijn.

Dirk Bontes (8ste plaats):
Wel, ik heb het verhaal uit. Wat moet ik hier nu van denken?
Leg me nu eens uit wat er op tegen is om die vervloekte persoon in een put te gooien en er niet meer naar om te kijken. Of om allemaal uiteen te stuiven en zover mogelijk van hem weg te komen. Of waarom zoekt hij zelf niet de eenzaamheid op?
Het is een uitdaging om een zich herhalend verhaal te schrijven, met name als het om een horrorverhaal gaat, maar uiteindelijk is het of saai, of het gaat mank.
Ik ben ontevreden over de nietszeggende titel.

Tamara Geraeds (5de plaats):
De schrijver heeft zich goed ingeleefd in de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Het komt allemaal over als lang geleden en de manier waarop de personages praten past daarbij, hoewel helaas niet overal.
Vanwege de twee zonnen die telkens genoemd worden, ga ik er vanuit dat het verhaal zich op een andere planeet afspeelt. Ik begrijp echter de toegevoegde waarde daarvan niet. Er wordt verder niets met dit gegeven gedaan en het verhaal wordt er niet krachtiger door.
Mijn tip is dan ook: bedenk goed welke elementen in je verhaal iets toevoegen en welke niet. Gooi al het overbodige eruit (kill your darlings) en concentreer je op wat je echt wilt vertellen.
Het einde is voor mij wat onbevredigend. Je verwacht als lezer dat er nog een verrassing komt. Maar er komt geen plotwending en dat is jammer.
Behalve die paar puntjes was het een mooi, origineel verhaal, dat geloofwaardig wordt neergezet. Het begin is sterk: je valt meteen in het verhaal en vraagt je als lezer af wat er aan de hand is. Wie is die man en waarom moet hij dood? En waarom wíl hij dood? Vervolgens gaan we terug in de tijd, zodat we zien hoe het allemaal is begonnen en kennis maken met de personages. De lezer vraagt zich, net als Gül, af wat er met de vreemdeling aan de hand is en hoe de dorpelingen om het leven zijn gekomen.
Hoewel het nergens echt spannend is, zorgt deze raadselachtigheid ervoor dat je verder wilt lezen.

Marije Kok (8ste plaats):
Je hebt een erg mooi en fascinerend verhaal geschreven, dat ik erg leuk vond om te lezen. Je verhaal komt heel geloofwaardig over en is door de bijzondere droomwereld en droomvloek die je hebt bedacht ook erg origineel. Je geeft een goed beeld van de wereld die je hebt gecreëerd en de gebruiken van de stam, en geeft precies genoeg informatie over wat er allemaal al is voorgevallen in die wereld om je verhaal te begrijpen. Ook vind ik het erg leuk hoe je meerdere perspectieven, en zo ook meerdere verhaallijnen, met elkaar hebt verweven tot één verhaal dat goed in elkaar zit en mooi rond is. Al met al een sterk verhaal, waar ik absoluut van genoten heb! Over het algemeen komen je personages ook geloofwaardig over en vond ik het niet moeilijk om ze me voor te stellen. Toch denk ik dat je ze voor je lezers nog net iets realistischer zou kunnen maken. Geef je lezers echt een kijkje in het hoofd van je personages en maak duidelijk wat ze denken en voelen. Ik mis bijvoorbeeld af en toe de gevoelens van Gül.

Django Mathijsen (8ste plaats):
Een interessant gegeven in een complete wereld. Aan het eind van dit verhaal is de cirkel mooi rond maar het probleem helaas niet opgelost. Ik zou je verhaal hoger hebben gezet wanneer Gül of Zohra een manier hadden gevonden om de cirkel te doorbreken. Daarbij komt dat je erg veel woorden (te veel woorden) nodig hebt voor het vertellen van je verhaal.
Je maakt je schuldig aan mooischrijverij. Bij proza gaat het niet om de woorden maar om de beelden die je bij je lezer in de kop zet. De woorden mogen de lezer niet afleiden van de beelden. Dan gaat je verhaal verloren in mist.
Je karakters gedragen zich erg dom. Gül heeft de verantwoordelijkheid voor zijn clan. Dat hij de vreemdeling wil sparen pleit voor hem, maar zijn loyaliteit moet in de eerste plaats bij zijn clan liggen. Dus dat hij tegen de wensen van die clan in de vreemdeling in het kamp laat, is niet logisch. En Thorga is erg dom om niet door te hebben dat hij door de vrouw van Gül wordt bespeeld.

Hay van den Munckhof (3de plaats):
Mooi en vooral heel levendig en sfeervol verteld verhaal. Een van de topverhalen wat mij betreft. Het hoorde bij het handjevol verhalen van rond de tienduizend woorden die ik in één ruk uitlas. Een paar kritiekpuntjes heb ik echter ook. Hier en daar zit er een slordig geconstrueerde zin tussen. De meeste moeilijke woorden waar je af en toe, vooral in de eerste helft van het verhaal, mee strooit zijn overbodig. Verder vind ik het einde mooi en passend, maar tegelijk ook een tikkeltje voorspelbaar. Het hier en daar Vlaams aandoende taalgebruik vind ik geen probleem, op een enkele zinsnede na.

Kim ten Tusscher (11de plaats):
TIP: Sla de belangrijkste scenes in je verhaal niet over.
TOP: Ik vind het idee van dodelijke nachtmerries een mooi gegeven voor een interessant verhaal.
Het grootste probleem van dit verhaal is dat je de belangrijkste scene overslaat. Eigenlijk draait het hele verhaal om het moment waarop Zohra beslist de vloek over te nemen om zo de dorpelingen te redden. Maar als het zover is, speelt het verhaal zich dagreizen verderop af op een plek die antwoorden zou moeten geven, maar eigenlijk alleen maar herhaalt wat je als lezer al weet. Hiermee verspeel je de kans om er een echt top verhaal van te maken.
De meeste verhalen hebben meer dan een personage dat interessant is. Ik ken het zelf ook; het liefst wil ik van hen allemaal vertellen wat ze vinden. Maar dat is eigenlijk nooit mogelijk. Ook al gebruik je een alwetende verteller, dan nog zal ik je niet aanraden om de gedachten en gevoelens van iedereen te beschrijven. Het verhaal wordt er rommelig door en je loopt het risico dat de lezer niet meer snapt wie wat denkt en voelt.

Binnenkort: een fragment en het hele verhaal!

maandag 7 april 2014

'De Bezoeker', 6de plaats in Fantastels

Een verrassend bericht vanuit Krimpen aan de Lek, Nederland, gisteren.

Daar bleek mijn tweede kortverhaal ooit, getiteld 'De Bezoeker', op plaats 7 te zijn geëindigd in de verhalenwedstrijd Fantastels. Na de Paul Harland Prijs is Fantastels de grootste verhalenwedstrijd in Nederland in het fantastische genre. In totaal deden 145 verhalen mee.

UPDATE: na een late diskwalificatie van een deelnemer ben ik uiteindelijk nog een bank vooruit gegaan. De zesde plek, dus.

Plaats 1 tot en met 5 worden bezet door sterke vrouwen. Ik was dus de beste man en - als ik het goed zie - ook nog de best scorende Vlaamse deelnemer. Niet dat daarvoor aparte klassementen bestaan, maar toch...

'De Bezoeker' gaat over een geïsoleerde clan in een woestenij op een fictieve planeet die op een dag het bezoek krijgt van een vreemdeling. Met zijn komst sterft plots de ene inwoner van de kraal na de andere. Iedereen verdenkt de vreemdeling van het onheil, maar is hij er wel verantwoordelijk voor? Wanneer clanleider Gül goed en wel doorheeft wat er gebeurt, lijken de hoofdpersonages alleen nog hun noodlot te kunnen omarmen.

Het verhaal moest drie rondes overleven om door de laatste jury te worden beoordeeld. Ondanks mijn zevende plaats, zijn sommige oordelen genadeloos. Er valt dus nog veel te leren.

Een bloemlezing van het jurycommentaar volgt binnenkort.
Het verhaal ook!

zaterdag 15 maart 2014

De smaak van de jury

Over smaak en kleur valt niet te twisten. Over het oordeel van de jury blijkbaar wel. De Paul Harlandprijs is nu al meer dan een maand geleden uitgereikt, maar op het internet wordt er nog altijd aardig gediscussieerd over de uitslag. Zo zag ik op Facebook een ellenlange en nog niet beëindigde discussie over het bronzen verhaal van Peter Kaptein, 'Een aantal consequenties van de moord op Stalin etc.' Geen enkel verhaal roept blijkbaar zo veel tegenstrijdige emoties op als dit. De ene vindt het Bagger, de ander vindt het Kunst.

Toch maar eerst even het verhaal gelezen voor ik de discussie verder volgde. Eerlijk, na enkele bladzijden heb ik het opgegeven. Geen idee waar dit verhaal over gaat, het meandert alle richtingen uit. Ik ontwaar geen plot, nog niet eens een begin van een plot, en uiteindelijk is het voor mij daar in de eerste plaats om toe te doen.
Het opzet van Kapteins verhaal is wel heel gewaagd. Eigenlijk druist het in tegen alle conventies van het genre, maar misschien vond de jury het verhaal net daarom interessant - en dat kan ik gerust begrijpen.

Wat ik dan weer niet kan begrijpen, is hoe de goede score van dit verhaal door sommigen wordt gebruikt om de jury de mantel uit te vegen. Blijkbaar zou dit verhaal hét bewijs leveren dat de jury vooringenomen is en zich van zijn meest misplaatste intellectualistische kant heeft willen tonen, door moeilijk verteerbare verhalen opzettelijk hoger te laten eindigen om het vaak verguisde fantasygenre meer geloofwaardigheid te geven.

Ik geloof niet in complotten. Alle verhalen die het tot in de finale hebben geschopt, zijn door een handvol juryleden en drie voorselecteurs gelezen. Zij hebben nadien hun verstand bij elkaar gelegd, grondig over de verhalen gediscussieerd en een oordeel geveld - zonder te weten welke auteur achter welk verhaal zat. Dat boezemt toch vertrouwen in?

Als ik één indruk aan het lezen van het juryrapport heb overgehouden, dan is het dat zelfs de best scorende verhalen kritiek hebben gekregen, wat niet wil zeggen dat elk verhaal dat onder dat van Kaptein is geëindigd bagger is, wel dat veel verhalen kennelijk aan elkaar gewaagd waren. Laat ons daarom niet langer over het oordeel van de jury twisten, maar vooral elkaars verhalen feedback blijven geven.
We kunnen er allemaal maar gebaat bij zijn.

Aan de top 20: aarzel dus niet langer, gooi jullie verhaal online, deel het met de lezers. Zit niet langer op dat ei. Het is al lang uitgebroed.



donderdag 27 februari 2014

Heeft Pure Fantasy nog een toekomst?


Pure Fantasy, het tijdschrift voor kortverhalen in het fantastisch genre, staat te koop. Oprichter Alex de Jong (aka Brad Winning) gaf er eind 2012 de brui aan. Na acht jaar. Wie wil, kan nu de naam van het magazine kopen en de nieuwe eigenaar van PF worden. Voor  het bedrag van 15.000 euro.

15.000 euro? Is PF dan zo veel waard? Neen, dat zijn blijkbaar de schulden die Alex de Jong wil wegpoetsen. Hij heeft de voorbije jaren meer dan genoeg geld in het project geïnvesteerd, vindt hij. En hij kan de put niet zelf blijven dempen.

Ik vond het vreemd dat een magazine zoals PF zo verlieslatend kon zijn. De fanbasis van het fantastische genre is zo groot dat zo'n magazine zichzelf wel snel zou terugverdienen, dacht ik. Niet dus. PF kon slechts blijven bestaan bij de gratie van voldoende betalende abonnees, en daar waren er maar circa 350 van. Een veel te kleine basis. Zonde.

'Ieder jaar opnieuw liepen we tegen deze kritische massa aan en steeds opnieuw was het een strijd om te overleven', licht Alex de Jong me toe in een mailtje. 'PF zou vier jaar voor het daadwerkelijke einde al hebben moeten stoppen als Adrian Stone (fantasy-auteur bij Luitingh en goede vriend) - en andere liefhebbers die soms belangeloos tweehonderd euro stortten - destijds niet de tekorten van PF met donaties zou hebben aangevuld.'

Toen begin 2012 ineens meer dan honderd abonnees afhaakten - de crisis, inderdaad - was het, helaas, over en uit. Ik lees tussen de regels dat hij zwaar teleurgesteld is. Misschien een beetje bitter? Ja, het einde van het blad had ook een positieve keerzijde: dat hij meer aandacht kon besteden aan zijn eigen schrijfcarrière. Maar, zegt de Jong duidelijk: 'Als PF niet door deze abonnees "in de steek was gelaten", dan was het blad er vermoedelijk nog steeds geweest. Tenslotte voorzag het in een grote behoefte.'

Die behoefte was in de eerste plaats: een forum geven aan beginnende auteurs. Dat daardoor misschien niet altijd de beste verhalen werden gepubliceerd? 'Beginnende auteurs zijn niet meteen in staat het beste werk af te leveren, maar hey, we wilden een springplank zijn voor nieuw talent', zegt Alex de Jong. Dat is ook gelukt. Verschillende auteurs publiceren ondertussen bij grote uitgevers, anderen hebben hun weg gevonden naar kleinere uitgevers zoals Books of Fantasy of Zilverspoor. Nog andere auteurs hebben dankzij PF hun schrijfkunst bijgeschaafd en gaandeweg gescoord in schrijfwedstrijden.

En dan weer die teleurstelling: 'Sommige zichzelf te veel respecterende auteurs, die ons met een misprijzende lach en met een bepaald dedain bekeken en aan de zijlijn lachten om ons initiatief, vonden ons blijkbaar te min om hun verhalen in te sturen. Jammer', zegt de Jong. En: 'Het kostte erg veel moeite om meer auteurs uit de bestaande, gevestigde orde voor PF te winnen, al hadden we wel vanaf dag één de steun van grootheden als Tais Teng, Peter Schaap, WJ Maryson en Thomas Olde Heuvelt. Zij omarmden mijn initiatief en gaven positieve kritiek waarmee we verder konden bouwen aan ons platform. Jammer dat de rest alleen maar bezig was met zichzelf en niet zag dat dit een kans was om ons mooie genre extra op de kaart te zetten.'

Achteraf gezien was PF misschien meer een blad voor schrijvers dan voor lezers, erkent de Jong. Beginnende auteurs wilden er wel graag in staan, grote namen minder, waardoor het blad minder attractief was voor de lezer. Sterker nog, zegt Alex de Jong, lang niet elke schrijver die in PF wilde staan, was ook bereid een abonnement te betalen. 'Waarom zouden ze ook? Ze wilden er alleen zelf in staan, niet de verhalen van anderen lezen.'

Misschien is de vraag of een magazine zoals PF anno 2014 nog nodig is? Een kleine zoektocht op het internet leert dat beginnende auteurs al tal van mogelijkheden hebben om hun verhalen aan de man te brengen - al dan niet gratis. Uitgeverij Parelz heeft een leuk concept, vind ik. Goede verhalen worden aangenomen, op het internet aangeboden, en de lezer kan zijn eigen verhalenbundel samenstellen. Is die drempel nog te hoog? Maak dan zelf een e-book van je verhaal en gooi het op het sites, zoals Amazon.

De Jong: 'Natuurlijk zijn er mogelijkheden elders, maar een magazine met korte verhalen heeft nog steeds potentie. Ik denk zeker dat er een nieuw, aangepast initiatief als PF kan ontstaan, maar het zal een uitdaging worden.'

Voor wie die uitdaging wil aangaan - en 15.000 euro heeft: De Jong helpt je daarvoor bij het leggen van contacten (met auteurs, eindredacteurs en grafici, is bereid tips te geven (zoals: hoe vermijd ik de valkuilen?). Ook de domeinnamen purefantasy.nl en purefantasy.eu zijn helemaal van jou. 'Misschien gooi ik er zelfs nog wel een stukje van de oude voorraad van PF uitgaven bij. Ik heb er nog zat op zolder staan en mijn vrouw wil haar huis wel eens terug.'

En mij heb je alvast als abonnee.